(Mijn) Identiteit

Als we het over de identiteit hebben waar hebben we het dan over? Ik wil Gyorgy Konrad citeren:

‘Op de vraag naar de zin van het leven, Antwoordt iedereen met zijn levensloop’.

Robert Louis Stevenson schreef het volgende:

‘Zijn wat we zijn, En worden wat we kunnen worden, Is het enige doel van het leven.’

Als ik nou ‘zin van het leven’ vervang door ‘de identiteit’ dan staat dit:

‘Op de vraag naar de identiteit, antwoord iedereen met zijn levensloop’

Ik vind het helemaal niet gek. In de levensloop wordt de identiteit gevormd. Wij worden niet iemand anders, wij kunnen alleen onszelf worden/zijn. Nietzsche zegt: ‘Word wie je bent’. Dit vertaal ik vanuit gestaltvisie als volgt: wees aanwezig in het hier-en-nu. Jij bent alleen in het hier-en-nu aanwezig. Het verleden is achter je en de toekomst vóór je, die heb je niet. Het enige wat je hebt is het hier-en-nu. Door aanwezig te zijn in het hier-en-nu ervaar je jezelf. Door jezelf te ervaren leer je jezelf kennen. Jij wordt bewust van jezelf. In het hier-en-nu kun je jezelf accepteren. De synoniem voor acceptatie is volgens gestalt ‘liefde’. Door liefdevol (mild) naar jezelf te kijken accepteer je jezelf. Dan wordt je jezelf.

Als we niet willen zijn wie we zijn, kan het te maken hebben met het feit dat we met een van onze ‘niet zelf gekozen’ identiteiten worstelen. Deze identiteiten kunnen we niet veranderen, bijvoorbeeld wij blijven het kind van onze ouders.

Vanuit gestaltvisie: Wij komen onszelf tegen als we een ander tegenkomen. In die relatie ontmoeten we onszelf. In die wisselwerking worden onze identiteiten gevormd. Het hangt soms af van wie we tegen komen om te kunnen bepalen wat onze identiteit is. Bijvoorbeeld hier in Nederland ben ik een allochtoon, dat is een van mijn identiteiten. In mijn geboorteland waar ik tot mijn 16de heb gewoond ben ik dat niet. Maar omdat ik daar niet meer woon ben ik daar de emigrant en in Nederland ben ik dat niet. Dat is ook een van mijn identiteiten. Zo wel in Nederland als in mijn geboorteland en overal op de wereld ben ik een vrouw. Dat is een van mijn identiteiten die constant aanwezig is.

Als we dit soort identiteiten niet kunnen accepteren, niet kunnen toe-eigenen, dan zijn we ermee geïdentificeerd. Dat zijn we alleen bijvoorbeeld de ‘allochtoon’.

Vanuit gestalvisie: We kunnen een mens maar verstaan in functie van zijn totale situatie, van dat totale veld dat hemzelf en zijn omgeving omvat. Dit wil zeggen dat in de situatie of het veld waarin wij ons hier en nu bewegen, onze geschiedenis, familie, relaties, gezin, sociale verbanden enzovoort, begrepen worden. Op de contactgrens vindt verbinding en onderscheid plaats in wisselwerking met de context. Hiervan uitgaande kan een identiteitsvraag dan ook niet worden behandeld als losse, begrensde, intrapsychische vraag. Identiteiten kunnen worden gezien als beweegbare, elkaar beïnvloedende delen van het gehele veld. De identiteit van een individu ontstaat en krijgt slechts betekenis in verhouding tot de context. Cultuurpatronen, identiteitsrollen en identiteitsconflicten kunnen verwarrend en verstorend werken als er geen gewaarzijn is over diverse posities, achtergronden en betekenissen. Er zijn altijd meerdere identiteiten in het contact aanwezig, die allen een rol spelen. (Praktijkboek Gestalt, p. 209)

Aansluitend hierop wil ik een stukje uit het boek ’Identiteit’ van Paul Verhaeghe aanhalen. Het veld, de maatschappij, de context , de totale situatie, de omgeving waar wij een onderdeel van zijn en wat onze identiteit bepaalt wordt als volgt beschreven:

Als veel mensen erg ontevreden zijn over de identiteit van hun medemens en ervoor pleiten om terug te keren naar die van vroeger, dan kan dat maar één ding betekenen: vandaag zet een nieuwe identiteit de toon. Wat meteen ook betekent dat er wel degelijk een nieuw, dominant “verhaal” overheerst, waaraan die nieuwe identiteit zich spiegelt. Het toemaatje bestaat erin dat juist die dominantie de verklaring biedt waarom we niet beseffen wat er aan het gebeuren is. Een identiteitsverlenend verhaal wordt pas als verhaal zichtbaar nadat het zijn dwingend karakter verloren heeft. In het Westen hebben we dit recent meegemaakt op het vlak van religie: zolang het christelijke narratief dwingend was, vielen verhaal en werkelijkheid samen. Pas na de teloorgang van de religie werd het zichtbaar als verhaal, waardoor de oudere generatie zich bedrogen voelt – ‘Wat hebben ze ons toch wijsgemaakt?’ Zolang narratief en werkelijkheid samenvallen, gelooft de meerderheid dat dit de realiteit is. ‘Get real’ betekent dan zoveel als: buig je naar de nieuwe norm van het nieuwe verhaal, want dit is nu eenmaal de werkelijkheid. Zodra we dit beseffen vallen er heel wat puzzelstukjes in elkaar en kunnen we ook het verschil met vroeger zien. Niet zo lang geleden werd onze cultuur, en dus onze identiteit, bepaald door een wisselwerking tussen vier centrale aspecten: politiek, religie, economie en kunst, waarbij politiek en religie om de macht streden. Tegenwoordig zijn politici voer voor cabaretiers, religie doet denken aan zelfmoordterrorisme of seksueel misbruik, en iedereen is kunstenaar. Enkel de economie telt nog en het neoliberale economische verhaal determineert alles. (Identiteit, P. Verhaeghe, p. 115)

Als we dit weten dan kunnen we onszelf beter begrijpen. Dan kunnen we betekenis geven aan ons gedrag en onze keuzes. Door betekenis te kunnen geven aan ons gedrag en onze keuzes kunnen we liefdevol naar onszelf kijken.

Zolang we ons bewust zijn van ons bestaan en ons leven steeds meer ontwaken tot wie we zijn, dan kunnen we een antwoord over onze identiteit geven.

‘RATIO MAAKT VAAK FOUTEN, HET BEWUSTZIJN NOOIT’ zei Billing. Ik citeer graag andere mensen, daar identificeer ik me (graag) mee.